MARITA LEGIS

Slijk sleept in gladde sluippas naar de hoeksteen
van mijn afgesloten, uitgestoten samenlevingswet
waarvan de grond bij het parket ligt, aldus
spiegelglad-verbazingwekkend nat is van
door vorst beheerste kranen die, geplengd,
genoegzaam dalen in de klieren die ook
anders zijn gewend.

Vorm eist hier volmondig dat de vrijmarkt
van vervreemde samenvatting
die menig mens als een messteek is, en
meesterlijk nog verrijmde flarden zoogt van
hen die niet weten dat zij onwetend,
behoedzaam brekend ondier zijn
in geschrift eens einde kent.

Temeer daar verse regels zijn geregen
aan vereende stijlvoorschriften
die eerst nu een schijnsel mogen smaken.

Waar voorheen de bovenklasse voerde aan
de onderkast, weet de kleinste van de klas
uit verdeeldheid, heden, vaart te maken.

Kom hier bijeen; kom hier, kom hier...
kom vrouwe van mijn wet!

Verneem het wel; verneem het hier...
verneem dit heilgebed!

 

M.J.C.A. 17-11-03