ALS IK VAL DOOD IN DEN AVONDSTOND

Het zijn maar kleine mensjes
En toch lijken zij zichzelve te zijn
Zelfs met een volle mond

Het zijn maar ukkies, 'doch vol in hun eigen gewas
Op de plaats doen ze er hun eigen tukkie
Maar zij houden meer van plas en poep
Net als ik ergens wijd in het gras

Het zijn maar kleine mensjes
En zij zijn ons meermalen de baas
Zelfs met een droge mond

Dat zijn maar kabouters
MMet een bonten kraag
En grasmaaiers op de stoep
Toch zijn zijj (veelal) tevreden met scheppertjes hondenpoep

Als ik val dood in den avondstond
Mijn hangertjes reeds heb verloren
Dan lach ik mijn roze billen wel bloot
Ook al heb ik ze niet geschoren

Ze zijn wel vol

Ze zijn wel vol
En slechts ééniemand
Mag ervan plukken

Het zijn maar kleine mensjes
En overmorgegen
Odanks hunijverdrift
Zijn ze doder, dan doder
...dan dood

Dan weer groot
Dan weer klein
Overgothen

De dwergen naar de kloten!

 

M.J.C.A. 31-03-'03