ZWAAN


Niet heb ik iemand op zien
staan, in verlicht en vol ge-
daan te sterven bij het
zonnelicht (is het voor
’n zwaan zo’n zwaar
gewicht?) Ik fluis-
terde en doods
gesnood vroeg
ik: ben jij zo’n
duizendpoot?

Jij noemt mijn naam en
knikt mij toe; ben ik
feller dan het vals
gedoe? Ben ik
rockender dan
rock ooit
schreef?

Ik ging erover en
ik bleef één held
uit vele duizen-
den.

En duizenden
met mij.

Ik zoog en zoog en
zoog en zoog, een
dier nog nooit –
een elleboog.

Ik ben goed van
vertrouwen.

Een linkse hoek,
een rake plek, ‘t
is blauw maar ‘k
heb ervoor
gezegd...

Wat snap ik ook
van vrouwen?

M.J.C.A. 23-08-2007