WAAROM DE HEMELLICHAMEN MIJ NIET BEKOREN

Licht op ster, toe dan... licht op!
Sterker dan de dichtstbezaaide
sterrenhemel; rijker
dan het pareligst gewaad
schijnt
mij een daad met duizenden
verwijzingen,
in alle eenvoud zinvoller te zijn.

Ik beschrijf hen niet; ik begrijp hen niet.
Mij spreken ze niet aan (sorry Maan!)

Zeg op mens, toe dan... zeg op!
Meer nog dan het welgemeendst
gezelschap; liever
dan een menig warme band
lijkt
mij een land waar ziljoenen
zinderingen,
in alle armoe vruchtbaarder te zijn.

Ik beschreef hen al; ik bekeek hen al.
Toch spreekt men mij niet aan (hondenbaan!)

Grondwaarts gelaat in grimmige trekken,
nors in passerend langszij gaan.

Moedeloos mondig in schottige schriften,
fors incasserend zijlijn-staan.

"En uw volk zal talrijk zijn als..."

Had zo toch niet gedaan!

 

M.J.C.A. 08-03-2004