VAN CANAILLE EN VAN KATOEN


aan het matigende water gaan galjoenen
aan het zuiverende water hangen aken
op de gouden aren bollen wangen
boos met de goudprijs gaat men
mee gaande verzoenen

weg en doorslaan liggen aan
canaglia

over dragelijke zinnen lopen binnen
over buitensporigen spelen gelijken
in de zilversparren prikken spelden
naald met de zilvervloot een
boterberg te winnen

worstel met en kortwiek kot
ton candida

deze kamer van verborgen
leden wezen wijzen
sommigen expres
de perzen aan

deze ruimte van gesloten
gelden lederen houden
enkelen floret en
lijnen aan

het is de roos die vaak
met glans een
grote sprong
neemt

voor wie niet draagt die
gaat niet uit alle
gevolgen zijn
voor hem

hetgeen niet uitgaat ‘t
verheelt wat hij naar
eigen zeggen
claimt

maître tristesse

 


M.J.C.A. 15-05-2006