GEDICHTEN UIT DE EERSTE HAND I, II & III

I) IK BEN EEN WANDELAAR-DICHTER

De liedjes uit een beter tijd
Zijn kinderlijk en deels verbrand
Zijn kiezenloos en vol verstand
De liedjes uit een beter tijd

Pijlsnel leerde ik het métier
Met duikelen en vallen
Met kraters en met valkuilen
Ik viel erin bij het wandelen

Dus is schrijven dippen in een gat
Gelijk oversteken, een zebrapad
Zwart en wit, mijn kleurenkleur

Breed en hard, 't heeft mijn voorkeur
Meteen noteren; het is dat
Wat mijn inktpot vult als volgelopen wad

Traag verkocht ik de huidenbeer
Die ik nog niet af kon knallen
In bomen, of in holen verschuilend
Schoot ik deze toch bij het wandelen

De liedjes uit mijn nieuwe tijd
Zijn hinderlijk en routineus
Zijn gevoelsmatig meer eigen keus
Mijn liedjes uit mijn nieuwe tijd

Maar is het laatste werk niet altijd beter?
In ieder geval: beter dan vorig gestuntel
En is niet elk nieuw kind een wonder?

Dat geloof ik voor geen halve meter
Zolang als ik lopen moet voor een buitel
Leef ik weliswaar gezonder

Maar mijn vroege zuidvruchten
Smaken bij herlezen goeder
En goederen zijn ooit mijn zuchten
Geweest
Toen ik nog twintig stuks vee voor de
Slag afleverde

Al is het maar neusgepulk van een
Puber-peuter-leuter

(09-04-'03)

KINDERSTIJL-FIGURENDROP

Kauwen
Klauwen en hoeven
Radbraken en duimschroeven
Nachtbraken en Turkse tortels
De wortels
(Ik weet dat het laat is)
Van een beschouwen
Van een bouwval en
Een spikkelsplinternieuwe
Villa
In de duinen, waar we proeven
Van lamskarbonades en lappen
tekst
Van rundervlees

Krammen
Kammen en lellen
Kakelen en telefoonbellen
Krakelen en Hollandse pot
De stamprot
(Dat het te laat is)
Van een proeven
Van een drukproef en
Een splijtsplinteroude
Ruïne
In een lagune, waar de rellen
Niet rebelleren en we lippen
Sluiten
Vanwege straatvrees

Krakers
Stakers en stellen
Optellen en staartdelen
Doorhalen en kroegenloop
De doop
(Ik snap dat het niets is)
Van een onbevlekte
Van een vlekkendoekje en
Een meesterlijk moderne
Plaggenhut
In het veld, waar de gele
Eendagskuikens en lepels
Laarzen
Vanwege de ruimterace

Toen...
Toen...
Eerste opstel

(09-04-'03)

III) NIET NAAR DE REALITEIT

Plakplaatjes op een onderleiding
Leidinggevend personeel
Eenzame opsluiting
Oude schoenen met een likkie verf
Volume
En vergeten tandbederf

Ik kwam pas kijken en hoop
Met grote hope
Niet op een weerzien
Met weerzin ga ik eerder aan de
Hoppe

Met stimulantia heb ik meer gewerkt
Raakte overwerkt
Raakte contact met de buitenwereld
Kwijt
Maar daaraan had ik schijt
(Hé jongen, waar zit je nu?)
Want geïnstitutionaliseerd leerde ik meer
De mens zonder masker kennen

En ik had mijn eigen boekie
En mijn schoenen met een likkie verf
En mijn pillen met mijn ondergrondse
Drift
Om iets voor mijzelf te houden

Voor vrijheden gaf je een pakje shag
(Ik ben er begonnen met roken)
Voor een kwartier extra zelfs
Twee pakjes 'vaste'
Want de onderleiding kon altijd ritselen
Als de Jenever
Die ik toch wel binnensmokkelde
Naar mijn eigen kamerkasten

Ik heb er veel gezeten
En bij deze uitgebeten
Of beplakt met plaatjes
De stempels afgedekt
Met ontsnappen op een
Gebroken voet
Met vriendelijke groet

Ik wil alles voor mijzelf doen
Op een stalen-neuzen-schoen

(09-04-'03)