POST-IT

Ergens, in een vergeten gaatje van mijn dag
Kleefde een ver-gedachtengang van vannacht
Een verliefde man (een jongetje nog)
Die teveel sprookjesboeken uitgelezen had
En ze - voor het moment - maar even aan het repeteren
Was

Prinsesjes zijn niet te redden uit de meesmuilende muil
Van een fantoom-wolfje
Dat zijn zinnen gezet heeft op de woorden
En die ergens in een grafiekje plaatst, om er
Zeker van te zijn
Dat zijn Doornroosje geen gekke dingen doet en
Zich eens niet zou prikken aan het spinnenwiel

Ergens, vandaag, en wel op dit moment
Kleeft het geel van grootmoeders ogen dodend
Aan de diepvriesdeur (opvallender nog)
Dat de brandbare gedeeltes verblazen had
En ze - voor een moment - maar aan het aanblazen
Was

Prinsjes zijn onlosmakelijk verbonden met monden
Die doden als een gifwolk
Die zijn inzet geplaatst heeft op de verdoving der zinnen
En die ergens een geigerteller teneer zet, om er
Van vergewist te zijn
Dat zijn droombeelden geen straling bevatten en
In de ether niet mogelijk actief zijn

Sprookjes worden teruggelegd in de gedachten van de schrijver
Weggewiegd in de ijver van de dag
En het papiertje van gisterennacht wordt verscheurd
Door innerlijke twijfel aan wat in bedden is gebeurd
En wat - gelukkig - niet

Vanavond leg ik, schuldig, verliefd
Wederom een cluster van een bom
(Mijn armen, versta mij wel)
Om mijn geliefdes kippenvel

Ik ben altijd koud, zo vlak voor de lentezon
Koud genoeg om een telefoonnummer
Te verscheuren
Verscheurd als ik begon
Wil het vergeten

 

M.J.C.A. 11-03-'03