PAN


Hoorde jij die fluit?
Mijn horens ongepast;
mijn huilen en mijn pas
stappen best onverstorend.

Wat ik niet fluit ver-
leidt toch niet; ’t zijn
vooral de nimfen die
donker zijn en donker
zien: laat liederlijk be-
schimpen... schamper
schuld.

Hoornde jij de luit?
Mijn horen aangepast;
mijn heulen en mijn hars
kleven boombastbehorend.

Wat zij niet zingt ver-
zinkt toch niet, gedenk
de dwarse diepgang die
degouts zijn en boven-
dien: ik kruis mijzelf in
koorzang... kreupel
duldt.

Dat kan ik niet noch
wanhoop ik in wilde
plomp, verloren! Ik
put en heb het juiste
hout; ik demp me
uitverkoren.

Wat zeg jij?

Qu' est ce que tu dites?

M.J.C.A. 04-02-2006