OPVOEDINGSDETERMINISME


Dat ik nu dus geduldig duld, mijn ziel in lijd-
zaamheid bezit; dat ik nu dus een onderwerp
dat submissief van spot drijft ben, heb ik – ik
vrees het ergste, echt – als eenling licht gedra-

Gen. Genetisch leek ik voorbestemd tot hoog
en gestemd wachten op ’t vergoeden van ver
voeden (daar zwijg ik maar o-ver-plicht). Wie
is erbij gebaat wanneer ‘k uit school gemeen-

Schap klap? Of ik een jas, een stoel aanreik, of
dat ik ze hardhandig laat; of ik aan tafel stil ben
(praat) wijst evenzeer naar mij als man, als naar
mij als materie. Voor ingewijden dan, want...

Wie weet er verder nog wat brandt, daarbinnen
waar ‘t flakkert (blaakt) wanneer ik heb verzaakt?

M.J.C.A. 08-07-2005