LAAG VOOR LUGH


zoon van dé danann tuatha
tuatha zoon van fomorians
’t is addergebroed

cian de listige gist met
de voorhamer ethniu
nobel kristal
haar pilaar

plaatste daar demongod
balor balor en bel
issimus smidsen
ze waren hem
evenwel
vreemd

of onverschillig het
is hun eender die
keltisch de
snavelen
kruisen

het vuur vormt het staal
als het boek de
beschouwer z’n
oog is geraakt
en hij houdt
er slechts
één

gaat straal aan voorbij
dat de haard het huis
manannan madie
heeft verzilverd
talent tot
talent

maar met ons was lugh
ook niet lekker van
scheppen hoewel
hij vergulde
van bundel
en straal

’t was de speer die hem
boorde door met hem
en in hem zijn naam
van de gaten zo
perkloos tot
paal

tot de viering van
lúgh-lúgnásádh
zaterdag

en het zal wederkeren de
gensters weer
houden met
papaver
pulp of
met
pap

 

M.J.C.A. 19-09-2006