Een weekje weg, maar nog springlevend, is hier weer een vers van M. J. C. A.

DE KNIKKERPOTJES

Wachtend op wat komen ging
En op mijn fantasie
(Die maar niet komen kon)
En schietend met verwaaide ogen
(Die niets konden raken dan
Voorbijschietende oprijlanen)

Mijn schouders hingen er verzakt
Mijn nek die daalde in
De moed ook in mijn schoenen en
Mijn hoofd zakte voorover

Totdat ik vaste grond vond

Kijkend naar het tegelkleed
En bijkomende disharmonie
(Die ik maar niet aan het 'dissen' kreeg)
En tafelend met lotgenoten
(Die niets konden drinken dan
Voortvloeiende opschepsoep)

Kwam in mijn houding herinnering
Mijn nek richtte zich op
De kaarsenvlam in hersenhelften
Schoten naar weerskanten over

Toen ik bij het knikkerputje stond

Want voor mij zag ik M. M. en J. R.
Ergens in de jaren vijvtig
En 'Gentlemen Prefer Blondes'
Waarvoor zij beiden hun boezem in
Gips plachten te plengen

Maar één lag op haar zijde
Daar dipte zij beton
Plavuizen werden ervan gegoten
(Als kind had ik van het knikkeren genoten, maar
Nu van mannenpraat)

En wat die knikkerputjes betreft:
In mijn ogen zijn ze Hollywood
J. R. nooit meer dezelfde
(Het moet haar geweest zijn
Want ik val niet op blond
Maar ben dan ook geen heer
Meer)

 

M.J.C.A. 07-04-'03