IN HET SPOOR VAN V. (I & II)

(I)

Vleugels trekken zwemvliezen
En eendenstaarten
Naar een V-vorm
Maar daar zij samen gaan
Verworden zij tot 'double-v's'
De plus-en-plus

(II)

"Je houdt niet echt van mij
Je slaat maar om je heen en
Klapwiekt je een ongeluk
Ons ongeluk"

"Jouw ongelijk ligt slechts hierin
Dat je het volgen van je kont
Niet onderscheidt
Van in je remspoor blijven"

Niemand schijnt lief te hebben
Als de snavelgebekte rimpeldieren
Niemand schijnt de vierkante vlek
Mede te tellen
Of er melding van te maken
Dan de onbezorgde observeerder
Die huilt om niks
Wat voor deze alles is

"Niemand zal mij ooit bezitten
Geen klemtoon en geen kinkel
Geen klinker"

"Je vergeet, mijn lief, dat passie
slechtst ontbarst in eierschaal
Van net die lettersoort"

Vlerken smakken waterstralen
En logopedie
In een voetslag
Maar daar zij samen bekvechten
Verkwaken zij tot 'canards-autoritaire'
Vraiment!

"Vrees de verkrachter van jouw gevoelsleven
Niet
Hij heeft zijn daden niet voorzien
En proeft de voetzoekers op zijn tong
Ze zullen vergaan"

"Verwelken, of tot bloei komen"

Zij hebben grote plaats
Maar kunnen slechts kleine einders
Slagen

"Wij rollen nu over tafel
waarin wij aan beide einden zaten
Te ver van ons verwijderd
Te ver van ons vandaan"

Daarin slagen zij ternauwernood

"Mag ik een zoentje?"

 

 

(08-03-'03)