GESLUIERD LICHT

Naar binnen valt, melkwit gekooid
De dagenmaan, ietwat verstrooid
De bosjesman kijkt niet meer op
Maar gaat op jacht met pijl en boog
Hij schiet ernaar, het is zijn bruid
Met pen en inkt, zijn instrument

Maar zij is ster en hij een vent
Ze staat de hoog, maar hij mikt toch
Zijn staaltjes vallen keer op keer
Dan vloekt hij luid, ervan ontdaan
Haalt dan zijn schouders op

Want morgen komt ze weer

Te binnen schiet, gesluierd mooi
De muzennaam der lichtekooi
De holenmens, hierop bedacht
Grijpt vliegensvlug uit ganzenvacht
Een mooie veer, doopt die in bloed
Schrijft naam en toenaam neer

Zij glimlacht zwak, hij voelt zich heer
Ze rees zo hoog, maar hij ving toch
Controle op het leren raam
"Koud kunstje", mompelt hij ontroerd
Draagt dan zijn werkje voor:

"La Moglie is haar naam!"

 

M.J.C.A. 13-03-'03