DE GEBOORTE VAN ADONIS

De steenbreuk had de banen
al geëffend;
de zwangerschap de scherven
al gebaard;
de leemte werd gevuld met wrang
verlangen;
het vlakkenveld werd eer op kleur
vergaard.

Zij schetst haar groei en gruwt
in bolle tranen;
haar myrrhe-monden uit
verhoogde staat.

Het kalkpatroon was edel
al in trekken;
door koolstofvlokken enkel
pas besmeurd;
bevlekt nog niet, het mocht
eens niet gelukken;
bezoedeld wel, maar grimmig
ingekleurd.

Zij vlecht haar vlucht en pruilt
in papilotten;
omkronkelt met haar wortels...
is te laat.

Een zware buik in zilver-
vliezen lijsten;
Lucina staat met kraamster-
kruid gereed;
wat in haar moederbast vast ligt
besloten,
scheurt lichtend uit van een
gebarsten spleet.

Hij krijst zijn beeld en baadt
in gazen netten;
zelfs naakt is hij gehuld
in dageraad;

zozeer dat Venus wel vergeldt
wat haar - naast haar - gelegen is
aan hem, verwekt in overspel;
aan hem die jong haar raakt.

M.J.C.A. 22-11-2003