EN DAAR NAMEN WIJ DAN GENOEGEN MEE


“Kaas uit het vuistje, ’t is als
kaas uit het vuistje.”
Tot je de breedte in groeide;
tot je gewichtengevechten.

“Enige echte, ’t is de
enige echte.”
Dat werd dan honkvast genoemd;
maar ach, tenslotte verhuisd' je.

“Breek de dag, tik een eitje.”

“Snoep eens verstandig, snoep toch een
appel verstandig.”
Wanneer je zoethouders zocht,
leek het wel of men je testte.

“Niet de eerste de beste, ’t is niet
de eerste de beste.”
Nadat je ’m na had gezien,
bleek hij onnut en onhandig.

“Melk witte motor, ik wil mijn
melk witte motor...”

“Maar dan ook échte boter.”


M.J.C.A. 29-01-2005