DENK OOK AAN DE DERWISJ


Hij is het, die de zon
heeft gesteld tot het
schijnsel en de
maan tot een
licht.

Voor haar poorten
waak ik: mijn
Goddelijke
Geliefde
met rijk
halzend
ochtend-
humeur.

En raakt niet zo lichtjes
ook – toch waak ik.

Denk dus aan de
derwisj, en aan
de andersheid
van mijn al
geheelde
wereld.

En haar standen
heeft voor-
beschikt.

Voor haar grillen
zwicht ik: mijn
Goddelijke
Geliefde
met oog
strelend
dijen in
vuur.

Zij fakkelt niet lichtjes
ook – toch zwicht ik.

En in mijn jhanas
(en de kleur der
pyjama’s) be-
toon ik mij
waardiger
mysticus.

Van het nog
lichaams-
warme
bed.

Opdat gij zoudt
kennen het aan-
tal der jaren.

En de rekening.


[cursief is opgetekend uit Sura 10, 5]

M.J.C.A. 27-06-2007