DE BRUGGEN


Vanover het water dat je wezenloos toewuift;
over deze of gene zijde... neigend naar de
overkant.

Vanwege het werktuig in het staal en in banen:
wegen onder- of bovenzijde... wijken doen het
achterland.

Een fijnzinnige proeve van polariteit, of een
fictie van vaardig vermogen.

Een gedurfder waagstuk van wezenlijkheid en een
dubbele daad in den hoge.

Korrelig de las waar het ijzer kraakt;
oxiden, klinknagels, klankogen.

Noest de arbeid waar de adel aardt;
pepsine, spitsroeden, spitsbogen.

Vanachter het oog dat je oogluikend toeziet;
achter deze of gene zijde... zuinig op de
overhand.

Vandaar dat het werk wijst naar wonderland;
waar de vorst ver van winter weer wint... wetend van een
wat weidser verband.

Ervan dromend en aldus geschiedt.

 

 

M.J.C.A. 18-10-2004