BIJ DE BRON VAN MIMIR


Als Odin draag ik ochtendrituelen uit
over stad en stedelijke stand; vanaf ‘n
brug spuug ik de spiegelbeelden boven
het hoofd van Mimir: bron van brand.

Nader ik rauw en ranzig (na een nacht
van reizen) ‘n oog-oase die mijn jacht
verjagen moet, dan drink ik gulzig van
het vocht en vraag de Rede mij te be-
giftigen met wat ontgiften doet...

Meestal de Asen, anders wel de Wanen.

Als runenbrenger bracht ik, heers- en
heler, een toast uit op ‘n voorbehouden
vaart; vanuit m’n glas stuurt (om ‘n blik
te stelen) Kvasir ’n knipoog die me ont-,

Me aardt: “Allegro, quasi l’istesso tempo!”

Mede, terra en...

M.J.C.A. 08-07-2005