AAN DE BRAAKVLAM


Wat blijft liggen in de branding
Is al te vaak wrakhout
Een uigehuild en -hold stuk
Schip
Vaneen diepe bodem zonder
Stille wateren

Maar zoet is de strandjutter
Die een verweerde hutkoffer
Aan zijn laarzen lapt
En van de spaanders een huis
Spaart

Want dat is hem zoveel meer
Waard

Wat ik vasthoud van het straten
Is al te vaak ledig lucht
Een uitgeblazen en onbeholpen
Hik
Van luide wateren zonder
Steenkoollagen diep

Maar zilt is mijn tongzoen
Als ik een verteerde juffer
Aan mijn schoenen zie
En van haar spaargeld een huis
Koop

Dat is het aardgas waar ik op
Hoop

En tot de wederopbouw
Van slaappand
Tot slooppand
En de wederopstand als finale

Waakt mijn bunzingbrander
Met het oor aan buis en boord
Met een kraan die aan kan
Uit kan
Naar gelang het gesproken woord

Dus ben ik eigenlijk die jutter
En die juffrouw juist die buffer
Tussen wel, of niet gehoord

M.J.C.A. 26-03-'03