Archief: Een vogel, achtervolgd door twee straaljagers
Archief: Grondwet onder woorden
Archief: Dankzij de wortels van het woord
Archief: La esthétique pour la esthétique

 

WETEN VAN WITTGENSTEIN

In het definitieve voorwoord dat Ludwig Wittgenstein in 1945 bij zijn Philosophische Untersuchungen schreef - definitief omdat hij reeds in de dertiger jaren een eerste versie aan het papier had toevertrouwd en er sindsdien vele de weg van kladversie naar prullenmand hadden afgelegd - is de volgende, voor de liefhebber interessante, beschouwing te lezen:

"Vier jaar geleden echter had ik de gelegenheid mijn eerste boek (de Tractatus Logico-Philosophicus) weer te lezen en de daarin uitgedrukte gedachten uit te leggen. Plotseling leek het me dat ik die oude gedachten en de nieuwe samen moest laten verschijnen: dat deze alleen door de tegenstelling met, en tegen de achtergrond van mijn oudere denkwijze in het juiste licht zouden verschijnen."

Zover heeft het helaas niet mogen komen. Wittgenstein overleed op 29 april 1951, drie dagen na zijn tweeënzestigste verjaardag, zonder dat er ook maar één letter van zijn ultieme meesterwerk in druk was verschenen. Gelukkig was de eigenzinnige filosoof wel zo verstandig geweest zijn literaire erven (Elizabeth Anscombe, Rush Rhees en Georg von Wright) met de zware taak te belasten na zijn dood een min of meer samenhangende uitgave van de Philosophische Untersuchungen te verzorgen. Dat dit gebeurd is, moge duidelijk zijn. Dat de uitgave haar uitwerking niet gemist heeft, mag eveneens als bekend worden verondersteld. Niettemin betrof het geen uitgave die beide hoofdwerken combineerde. Het graf ontnam Wittgenstein het laatste woord.

Gelukkig hebben talloze Wittgenstein-exegeten zich ingespannen om dit grote gemis te compenseren door (inmiddels letterlijk ontelbare) studies te publiceren waarin de gezichtspunten uit de Tractatus tegenover die van de Philosophische Untersuchungen worden geplaatst. Ook ondergetekende heeft dat - hopelijk geheel in lijn met wat Wittgenstein met de zojuist geciteerde uitspraak voor ogen stond - in 'Mentale inhouden bij de latere Wittgenstein' maar nauwelijks na kunnen laten. Om de positie van Wittgenstein en de ontwikkeling van zijn denkbeelden beter te kunnen begrijpen is het noodzakelijk in te zien dat, hoewel de gezichtspunten van de Tractatus en de Philosophische Untersuchungen dikwijls radicaal van elkaar lijken te verschillen, er niettemin een zekere continuïteit in het denken van de auteur van beide werken te ontdekken valt.

Een opmerkelijk verschil is echter dat Wittgenstein er in de Tractatus met zijn beeldtheorie nog een mentalistische zienswijze over inhoud op nahoudt. In de Philosophische Untersuchungen heeft hij deze positie verlaten en stelt hij dat mentale inhoud wel degelijk bestaat, maar dat deze niet als afzonderlijke entiteiten via een onderliggende structuur met de wereld verbonden kan zijn. Hij is er dan ook van overtuigd dat elke filosofische verklaring die een dergelijke onderliggende structuur tussen mentale inhoud en de wereld vooronderstelt eenvoudigweg niet juist kan zijn. Het platonisme, het representationalisme, het dispositionalisme: paragraaf na zinnenprikkelende paragraaf moeten deze filosofische zienswijzen het ontgelden.

Filosofen zijn het er doorgaans wel over eens dat er vijf voorwaarden zijn waaraan elke verklaring over mentale inhoud moet voldoen. Deze voorwaarden zijn: inhoud heeft intentionaliteit; inhoud kan nader gespecificeerd worden door een 'dat-clausule'; inhoud is normatief; inhoud speelt een rol in een verklarende theorie van taal en praktijk; inhoud is gestructureerd, en inhoud is asymmetrisch toegankelijk vanuit de eerste en derde persoon. Theoretici die menen dat ze één of meerdere van deze voorwaarden mogen negeren, moeten daar een zeer goede reden voor kunnen aanvoeren. De vertegenwoordigers van de hierboven genoemde stromingen zien er allen op zijn minst eentje over het hoofd en voor zover zij zich daarvoor proberen te verantwoorden, vindt Wittgenstein hun argumenten niet overtuigend.

Naast het feit dat degenen die een filosofische verklaring van inhoud willen geven aan bovenstaande voorwaarden moeten voldoen, moeten zij ook strategische keuzes maken. Daarbij betreft de eerste een keuze met betrekking tot de aanpak: geeft men voorrang aan mentale inhoud, aan linguïstische betekenis, of kent men aan beide gelijke prioriteit toe? Ook zullen zij een keuze moeten maken met betrekking tot het soort verklaring dat zij willen geven: kiest men voor een reductionistische benadering, of wil men zo stellig niet zijn? Wittgenstein is van mening dat alleen het toekennen van gelijke prioriteit een goede verklaring van inhoud kan geven. Bij de keuze van het soort verklaring dat hij wil geven, stelt hij zich bescheiden op. Een oneindig aantal mogelijkheden staat geen reductionisme toe.

Van de vele interpretaties van Wittgensteins Philosophische Untersuchungen hebben er drie veel discussie opgeroepen: het gaat om de sceptische, de constructivistische en de minimalistische interpretatie. Het probleem met een sceptische interpretatie is dat Wittgenstein wel degelijk van mening is dat ervaringen uit het verleden van toepassing zijn op toekomstig handelen. Het probleem met het constructivistische interpretatie is dat deze theorie er niet in slaagt een onderscheid te maken tussen een constructief en een onderscheidend oordeel. Het grootste probleem met een minimalistische interpretatie is van meer morele aard. Nog afgezien van de praktische bezwaren die er aan de theoretische interpretatie kleven, begaan de aanhangers ervan de wetenschappelijke doodzonde de wens van de auteur van het boek waarop zij zich baseren volledig in de wind te slaan.

In de Philosophische Untersuchungen wil Wittgenstein immers geen theorieën meer ontwikkelen om filosofische problemen uit de weg te ruimen. Deze problemen zijn volgens hem slechts het gevolg van het kijken naar de wereld met een starre en vooringenomen blik. In plaats van het ontwikkelen van zo'n theorie zou men de misverstanden waardoor de filosofische problemen veroorzaakt worden weg moeten nemen. Wat Wittgenstein met zijn geschriften wil bereiken, is dat de lezers ervan stapje voor stapje en stukje bij beetje hun vastgeroeste opvattingen los durven laten, met als gevolg dat zij diezelfde wereld (die dan bezwaarlijk nog hetzelfde kan heten) vrij en bevrijd tegemoet kunnen treden.

M.J.C.A. 02-08-2010