EEN GOEDE BUUR, EEN VERRE VRIEND

Natuurlijk viel te voorzien dat het eens zou gebeuren. In tijden waarin verregaande polarisatie eerder regel dan uitzondering is, was het wachten op de dag dat een malloot zijn grafieten zwaard ter hand zou nemen en met enige welgeplaatste halen van zijn aangescherpte punt een diepe wond zou toebrengen aan onschuldige, welwillende gelovigen. Eveneens kon men er donder op zeggen dat bepaalde media met liefde een podium zouden willen bieden aan deze voor sommige bevolkingsgroepen grievende prenten. Publiciteitsgeil en voornamelijk geïnteresseerd in het behalen van hoge oplagen plaatsten zij maar al te graag de taboedoorbrekende draken. Zonder scrupules, zonder enig ontzag voor en mededogen met de mensen die zich door dergelijke afbeeldingen tot in het diepst van hun “onsterfelijke” ziel gegriefd voelen. Louter effectbejag van de kant van de verspreiders, dus... Of ligt het allemaal toch iets gecompliceerder?

Op het moment dat de vlam vanuit de Deense pan oversloeg naar Nederland, Italië en zelfs Jordanië (om gewoon maar een paar landen te noemen) bevond ik mij helaas niet in de nabijheid van ons multiculturele stadsdeel. Andere verplichtingen maakten daarnaast dat ik niet werkelijk in staat was het laatste nieuws op de voet te volgen. Voor alle duidelijkheid: op het moment dat de spotprenten mij onder ogen kwamen wist ik mij in een café in de Franse hoofdstad, verwikkeld in een gesprek over – nota bene! – spiritualiteit, religie en... last but not least: verdraagzaamheid… Een stamgast van het sfeervolle etablissement in Montparnasse schoof mij en mijn gesprekspartner een krant (France Soir) onder ogen, waarin betreffende prenten te zien waren. Laat ik mijzelf niet beter voordoen dan ik ben: in eerste instantie heb ik smakelijk om de betreffende karikaturen van God, Allah en Jahweh gelachen. Ervan overtuigd dat wij in de jaren zestig het recht om onze goden te beschimpen tegen een hoge prijs verworven hebben – ik hoef hier maar te verwijzen naar Gerard Reve die zich God voorstelde als een ezel met wie hij dolgraag de liefde zou willen bedrijven, of W.F. Hermans die terecht moest staan voor het beledigen van het katholieke deel der natie – stond ik in eerste instantie positief tegenover dit staaltje van het inmiddels steeds onsmakelijker in de mond liggende begrip “vrijheid van meningsuiting”. Niettemin schoot me niet veel later een gesprek te binnen met een persoon die je een ingewijde binnen de Islamcultuur zou kunnen noemen, waarin deze mij onomwonden mededeelde dat alleen al het afbeelden van de Profeet of Allah gelijk zou staan aan indirecte zelfmoord. Destijds drong dat niet zo tot mij door, maar nu ik de heftige reacties over de gehele aardbol bemerk, begint mij iets te dagen…

Être bien avec ses voisins… - goed met je buren overweg kunnen. Wanneer ik daar, zoals gedurende de afgelopen dagen, goed over nadenk, lijkt het opeens weer zo’n lange weg die we met z’n allen te gaan hebben. Tijdschriftverbrandingen en woedende demonstraties in het Midden-Oosten (waar en wanneer zagen wij iets dergelijks eerder?) Een verkeerde politicus met een verkeerd kapsel die de situatie zoals die op dit moment is voor eigen doeleinden gebruikt. Werkelijk afschuwelijke scheldkanonnades over en weer op het internet waarbij rechts-extremistische jongeren zich opmaken voor de strijd en hun natuurlijke vijanden de messen voor de heilige Jihad alweer zeggen te slijpen. Geestelijk leiders die het adagium van onze burgemeester bij voorbaat al met voeten treden door op onbeschaamde wijze te roepen dat andersdenkenden hier niet thuishoren en zich maar hebben aan te passen, of anders maar beter op kunnen rotten, dan wel degenen aan de andere zijde van het spectrum die de ongelovigen afschilderen als kinderen van het Kwaad zelf.

Maar is het zo vreemd dat ik de verwachting uitspreek dat wij, Zeeburgers, ons het hoofd niet op hol laten brengen? Hebben wij niet een traditie van samenleven en samenwerken? Is het niet zo dat wij er onderling in goed overleg en dankzij wederzijds respect met elkaar tot op heden altijd uitgekomen zijn? Laat dit dan maar een politiek correcte gedachte mijnerzijds zijn; laat dit dan maar een illusie zijn waarin velen zich niet zullen kunnen vinden. Zoals oogkleppen bij een paard nodig zijn om hem niet af te leiden van bijkomstigheden, zo zouden wij er ook goed aan doen ons in dezen niet af te laten leiden door trivialiteiten of de waan van de dag.

M.J.C.A. 05-02-2006